skip navigation

Veelgestelde vragen - Vragen donaties

Stichting SHO is aangemerkt als ANBI organisatie. Het is wat moeilijk te vinden op de site van de Belastingdienst, maar het staat er wel: o.v.v. STICHTING SAMENWERKENDE HULPORGANISA 'S-GRAVENHAGE 01-01-2008.
De lidorganisaties van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) besteden het geld in het rampgebied.
Op dit moment is de omvang van de benodigde noodhulp nog niet duidelijk, laat staan wat er straks nodig is voor de opvang van daklozen en voor de wederopbouw. Gezien de ervaring met eerdere rampen zullen de Samenwerkende Hulporganisaties tientallen miljoenen nodig hebben om hun bijdrage te kunnen leveren.
Gedoneerd geld wordt in principe besteed aan de hulpverlening voor de ramp waarvoor het bedoeld is. Als er aan het einde van de gestelde bestedingstermijn toch geld overblijft, dan wordt dat doorgezet voor de hulpverlening bij de eerstvolgende ramp waarbij de SHO in actie komen. Het gaat dan altijd om grote rampen, waarbij grootschalige hulpverlening nodig is. In het geval van de Tsunami was dat Haïti.

Bij de SHO zijn seculiere en christelijke lidorganisaties aangesloten. Zij zijn gehouden aan een internationale code die het uitdrukkelijk verbiedt om bij hulpverlening onderscheid te maken op grond van geloof, ras of geslacht. De lidorganisaties zien er bij hun Pakistaanse partners op toe dat deze code wordt gevolgd. U kunt er van op aan dat er bij de hulp die door de SHO wordt verleend geen onderscheid wordt gemaakt tussen mensen op wat voor grond dan ook.

Dat neemt niet weg, dat het op sommige plekken in Pakistan zou kunnen voorkomen dat er wel onderscheid wordt gemaakt. Dat is zeer betreurenswaardig, maar daarbij is geen partner van de SHO betrokken, of geld dat aan de SHO is gedoneerd.

Nee, de opbrengst van de SHO-actie voor Haïti is in zijn totaliteit toegezegd aan de deelnemende hulporganisaties.
De opbrengst van de nationale actie voor Haïti bedroeg ruim 114 miljoen euro. Van dit bedrag is nu 21%, 24 miljoen, uitgegeven. Dat geld is vooral uitgegeven aan basisvoorzieningen als tijdelijk onderdak, sanitair en voedsel en water. De rest van de opbrengst willen de SHO besteden aan wederopbouw. De SHO willen bijvoorbeeld huizen bouwen. Maar dat kan nog niet omdat de overheid van Haïti nalaat puin te ruimen en niet kan aangeven welke grond beschikbaar is om op te bouwen. Mede om dit soort redenen hebben de SHO drie tot vijf jaar uitgetrokken voor het besteden van het opgehaalde geld.
Dit gaat niet over geld van de SHO. Die 2% slaat op geld dat overheden hebben toegezegd aan Haïti. Van dat bedrag heeft Haïti nog maar 2% ontvangen.
Een klein deel van de opbrengst van de Tsunami-actie, 0,3% (730.000 euro), bleek uiteindelijk niet binnen de gestelde bestedingstermijn te zijn uitgegeven. Dit geld is door de SHO teruggestort op giro 555. De opbrengst van een actie wordt alleen gebruikt voor noodhulp en wederopbouw, niet voor structurele hulp. Om dit te garanderen spreken de SHO een bestedingstermijn af. 
Omdat velen een bijdrage leveren, zowel in Nederland als over heel de wereld, komen er uiteindelijk, hopelijk, honderden miljoenen beschikbaar. Geld dat onmisbaar is om de mensen in Pakistan er weer bovenop te helpen.
Alle deelnemende organisaties rapporteren aan de SHO over de hulpwerkzaamheden, de SHO maken hier één rapportage van die aan het Nederlandse publiek laat zien wat er met hun geld is gebeurd.
Nee, want er mag niet meer dan 7% aan apparaatskosten worden gemaakt. Dit zijn kosten die een organisatie maakt voor, onder andere, het beoordelen van projectvoorstellen, administratie, evaluatie, controle en rapportages.
De deelnemende organisaties werken al jaren in Pakistan. Ze werken daar met eigen teams en met vertrouwde lokale partnerorganisaties. Op fraude wordt streng toegezien.